|
Die
papa ken ik niet. Hij heeft ons mama namelijk laten zitten toen ze in
verwachting was
Erg hé. Maar da schijnt wel vaker voor te komen in da wereldje. Ach ja,
that’s life.
Kweet wel dat het een cavalierke was dat
Snoepie heette en een ferm bazeke was.
En ik heb zijn kleur geerfd. Zal wel nen hele slimme zijn ook.
Dan
hebben we Peewee, den bompa.
Das echt nen toffe. Weet heel veel van igality, of hoe da ook heet –
en hij is altijd in voor een spelleke.
T’is het febbeke van het vrouwke. Ze zegt altijd dat em een watje is,
maar volgens mij is da gewoon ne dikke komediant!
Hij heeft mij al wel een paar goei trukskes geleerd, over hoe da ge haar
kunt inpalmen. Eerst en vooral zielig doen.
Werkt altijd! Droopy oogskes, kopke omlaag en garantie wekt ge
medelijden op en krijgt ge aandacht
Kont omhoog en kwispelen, zeker weten dat ze een spelleke doet.op uwe rug gaan liggen als ze passeert
levert zonder fout ne knuffel op. Ge staat er versteld van hoe
gemakkellijk zo’n mensje te trainen is.
Ik ben nog ni zo goed als de Peewee, maar leer snel.
En
ook ons bomma, De Babbelou. Das echt den big chief!
Ons mama zegt da ge die nooit kwaad moogt maken want dat die gewoon uwe
kop eraf kan bijten.
En ik geloof da ook wel. Want als die haar BB laat zien (nee jongens,
niet blote borsten maar blikkerende boventanden )
amai, das om schrik van te krijgen. Maar soms het is wel gezellig om
tegen haar te gaan liggen,
want dan legt ze haar hoofd op uwe rug. Voor de rest denkt die maar aan
één ding :
eten! ’t Vrouwke zegt dat die wereldkampioen bedelen is.
En
natuurlijk, ons tante Whoopy. Das echt een coole. Ze is mijn beste
vriendin en leert mij alles wat ni mag.
Paarden opjagen, achter de katten gaan, paardedrollen eten, tegen mensen
springen en blaffen naar vreemde honden.
Allemaal keiplezant! Verder mag ik er alles bij. Ze laat me altijd
winnen me het spelen,
ik mag altijd aan haar oren trekken en zelfs haar speeltjes afpakken.
En
dan ons vrouwke. Wat een softie! Ze ziet ons doodgraag en we zijn dus
allemaal schandalig verwend.
Ik zou ze voor geen geld ter wereld kunnen missen en dabber heel de dag
achter haar aan.
Voor knuffels, spelen, aandacht, snoepkes moet ge bij haar zijn.
Ik weet al heel goe hoe dat ik ze moet bewerken en krijg er (bijna)
alles van gedaan.
We oefenen al de beginselen voor igilaty of zoiets en ik vind da echt
geweldig.
En
dan is er nog het baasje. Groot en sterk, maar totaal ongevaarlijk. Als
die roept kunt ge die best helemaal negeren.
Die maakt soms wel veel lawaai maar is voor de rest heel
onschuldig.
Das trouwens toch een verloren zaak, want de Babbelou heeft em ingepalmt
als baasje.
Dus daar bemoei ik me maar ni te veel mee. Alleen als hij "POTTEKES!"
roept dan is het natuurlijk spurten.
Alee,
dus nu hebben jullie een idee over mij en mijn roedel. Volgende week
vertel ik weer een vertelselke.
De groeten,
High
Five
Tuff
|